Het rad van fortuin
Wanneer je schrijver bent en wekelijks een column oplevert, dan kán dat wel eens confronterend zijn. Voor jezelf. Of voor anderen. Ze lezen iets over zichzelf terug. Een situatie waar zij bij betrokken waren, is (de ene keer subtieler dan de andere keer) verwerkt in een stuk. Meestal komt dat goed, want dan ben ik zelf het leidend/lijdend voorwerp. Soms, dan krijg ik een onderwerp op een presenteerblaadje, omdat iemand in mijn omgeving zich nogal opvallend gedraagt. En heel soms, dan blijkt dat presenteerblaadje een ‘presenteerblaadje-op-repeat’ te zijn. Dan dienen zich in korte tijd twee bizarre voorvallen aan in dezelfde groep. De groep waar ik laatst ook al iets over schreef dus.
Om mezelf helemaal vrij te pleiten, wil ik benadrukken dat deze column puuuure fictie is. Of, zoals ze dat zo mooi in een film zeggen: Deze film is fictie. Alle overeenkomsten met bestaande personen, plaatsen of gebeurtenissen zijn puur toeval.
Dat is nu dus ook hè. Dus mócht je enige gelijkenis zien met een situatie uit je privéleven, iets-of-wat overeenkomst met een gebeurtenis uit (ik noem maar wat) de klas van een van je kinderen, dan wil ik je nogmaals op het hart drukken: dit is fictie.
Ik schrijf dit voor een vriendin.
Zeg maar.
Of misschien ook niet.
De situatie is als volgt:
Als ouder ben je betrokken bij je kind. Dat houdt in dat je zo nu en dan op school je neus laat zien. Om je kind op te halen bijvoorbeeld (wel zo handig). Of pepernoten mee te bakken tijdens de Sinterklaasviering. Of pionnen uit te zetten tijdens de sportdag. Of (de koning der activiteiten) het schoolreisje mee te begeleiden.
Zo nu en dan vraagt de juf/meester: ‘Wie wil er meehelpen bij activiteit x?’. En als leuke, betrokken ouder, zeg je dan bijvoorbeeld: “Nou, hartstikke leuk! Ik kom gráág luizenpluizen!”
Afgelopen week vroeg de klassenmoeder namens de juf in de groepsapp of er liefhebbers waren voor het carnavalsfeest op school. Binnen welgeteld 3 seconden waren alle vier de plekken vergeven. Top! Strik eromheen, carnavalspak aan en klaar is Kees.
Zóu je denken. Want in plaats van dat deze gezellige appgroep denkt: ‘mooi, dat is dan ook weer geregeld’, volgde er protest. Deze gang van zaken was namelijk niet eerlijk. ‘Zo kregen andere ouders nooit een kans’. ‘Als je werkt of met iets anders bezig bent op het moment dat de vraag gesteld wordt, krijg je geen gelegenheid om te reageren en daarmee ook eens mee te helpen op school. En ik. wil. ook. meehelpen!’
Gelukkig zijn de betrokken ouders niet alleen in staat om te denken in problemen, maar ook in oplossingen. ‘Een poll! Dan kan iedereen die wil zich aanmelden.’ Maar ja, dan stuit je natuurlijk al snel op een volgend probleem: wie kies je uit de lijst met aanmeldingen? Dat kan natuurlijk niet handmatig. Dan is er kans op vriendjespolitiek. Of erger nog: omkoping!
Maar ook dat probleem werd binnen 1 minuut getackeld: een ‘spin the wheel’. Een digitaal draaiend rad waarin je alle namen zet en waar het programma ‘de gelukkige’ selecteert.
Of dit spektakel bij een volgende evenement ook daadwerkelijk plaats gaat vinden, is nu aan de klassenouder, ‘die deze feedback meeneemt’.
Het hele gebeuren voltrok zich in minder dan een kwartier. Gelukkig was ik aan het werk. En zag ik het pas, toen de wijze van evaluatie binnen de groep al was gecommuniceerd.
Of nee, natuurlijk niet. Want dit soort dingen gebeuren niet écht hè mensen. Je zou denken dat de wereldbevolking het te druk heeft met anderen zaken.
(En nu maar hopen dat niemand me boos aankijkt de komende 8 jaar op het schoolplein. Anders zou het wel eens door deze column kunnen komen. Maar ach, dat scheelt me wel een paar keer ‘radje draaien’.)



