Moe!
“Hij zit stil in het bos te wachten. Klaagt dat hij buikpijn heeft en zich niet lekker voelt. Hij wil graag naar huis. Kun je hem op komen halen?” De begeleider van het jeugdvoetbalkamp belt. De oudste ging mega-energiek op pad, maar is zichzelf vlak voor de finish behoorlijk tegengekomen. Ik stap in de auto en rijd naar het kampeerterrein. Daar tref ik een redelijk bleek kind aan, dat met zijn hand op zijn buik naar me toe loopt.
”Zullen we gaan?” vraag ik hem. Ik verwacht een zwak en enigszins zielig klinkend ‘ja mama’. “Nou,” start hij, “de frietkar is zojuist gearriveerd. En ik wil nog graag even een frietje eten.”
Kinderen. Als er iemand goed naar het menselijk lichaam luistert, dan zijn zij het wel. Honger? Buikpijn.
Moe? Direct in slaap vallen (ongeacht waar je op dat moment bent).
Pijn? Huilen.
Ziek? Als zielig hoopje op de bank.
Beter? Dan direct springen op diezelfde bank.
Na een aardige portie friet op het kamp vindt er een wederopstanding plaats waar menig heilige nog jaloers op zou zijn. Je ziet de kinderen team voor team opknappen nadat ze de frietkar zijn gepasseerd. “Mam, ik ga nog even voetballen. Dan laat ik zo meteen weten ‘of het weer gaat’, oké?”
Nou, nee, niet oké. Want ik sta hier met je zusje (die ondertussen ook een lekker bakje wonderfriet te pakken heeft) en ik ben speciaal twee uur eerder langsgekomen omdat ik je op kwam halen. We spreken af dat ik terug naar huis ga en hem op de eindtijd van het kamp op kom halen. De jongste vertelt in de auto terug naar huis enthousiast ‘dat ze nu ook op voetbal wil’ (want dat is vanaf nu voor altijd gekoppeld aan een bakje friet).
Twee uur later haal ik hem op. Het kamp krijgt een dikke 9,5. ‘En nu wil hij wel even tv kijken’. Voor de tv zakt hij iedere minuut een stukje verder onderuit. Tot hij de horizontale stand heeft bereikt. “Ben je moe?” “Nee hoor!” zegt hij met z’n ogen half open, “dit ligt gewoon heel fijn.” De drie uur daarna is hij niet meer aanspreekbaar en kan zelfs het schelle meidengezang van zijn kleine zusje en nichtje hem niet meer wakker krijgen.
Ook in de avond slaap hij als een roosje. De heren hebben op het voetbalkamp niet alleen gevoetbald en op de springkussens gespeeld tot middernacht, maar zijn daarna ook nog met z’n allen in de kantine aangeschoven voor een WK-wedstrijd om 3.00 uur ‘s nachts. Een ervaring die ze niet snel meer zullen vergeten. De hulpouders ook niet trouwens. Hulde aan deze mensen die vrijwillig de hele nacht opbleven om de kinderen een onvergetelijk weekend te bezorgen.
Of ja, weekend, zeg maar gerust weekend + midweek. Want de naweeën van het avontuur waren nog tot redelijk ver in de daaropvolgende week te voelen.
En tja, dan zit er (in deze volle laatste schoolweken) maar een ding op: constateren (het is druk en vermoeiend), hulp inschakelen (mama kom je me halen) en tot slot een bakje friet. Daarna voel je dat de wonderen de wereld nog niet uit zijn.




Hihi.. herkenbaar! Kinderen luisteren inderdaad heel goed naar hun lichaam, ik heb er zo nog nooit bij stil gestaan. Ik kan er nog wat van leren (en op tijd rust nemen). :D