Onderuit
Ik kijk voor me en voel de wereld langzaam kantelen. Het gras, dat eerst nog ver weg leek, komt steeds dichterbij. Tot ik met een lichte plof de ondergrond raak. Uit de krat op mijn fiets ontsnappen 6 voetballen. De shirtjestas blijft (thank god) netjes dicht en valt in zijn geheel op het nog natte gras.
Ik blijf even liggen. Maar dat duurt niet lang. Dat is het voordeel als je op zaterdagochtend om 08.15 uur op het voetbalterrein moet zijn. Dan is het daar namelijk, in tegenstelling tot de rest van het dorp, hartstikke druk.
“Gaat het?” vraagt een moeder. Haar zoon zit met zijn strak gestrikte voetbalschoenen bij haar achterop. Ik had dit keer, op 6 ballen, de shirtjestas en een reguliere voetbaltas na, gelukkig geen passagiers op mijn fiets. Dat is meestal wel anders. Als een soort pakezel verplaats ik me regelmatig door het dorp. Omdat we één auto hebben en ik de fiets fijner en gezonder vind, doen we bijna alles op de fiets. Met ‘we’ bedoel ik dan de kinderen en ik. En met ‘op de fiets’ bedoel ik dan meestal ‘op mijn fiets’.
Tot enkele maanden geleden had ik een bakfiets. En hoewel ik wel een kleine drempel moest trotseren om dat enorme ding aan te schaffen, was het direct de aankoop van het jaar. Kinderen, speelkameraden, schooltassen, sportspullen (bijv. zes voetballen, voor de bakfiets geen énkel probleem), boodschappen: het past er állemaal in. Er zat zelfs ooit een springkoe in. Sinterklaas zat er ooit op. Er werd gegeten, gekaart en gelachen in de bak.
Maar toen werd de oudste groot. En de middelste groot. En de jongste, ach, die blijft (zeker in mijn hoofd en hart) altijd klein. Het totaalgewicht dat ik dagelijks wegtrapte werd steeds hoger. En de kinderen? Die vonden het allemaal wel prima. Die lagen lekker achterover, te wachten tot de riksja hen naar hun volgende onderkomen bracht.
Daar moest verandering in komen. En dus wordt er, sinds de verkoop van de bakfiets, zelf gefietst. De oudste gaat inmiddels als een speer en de middelste fietst met grote regelmaat naar school. Om zo flexibel mogelijk te blijven, kwam er een achterzitje op de bagagedrager én een extra zitje bij het stuur. Zo kon de jongste altijd makkelijk mee op de fiets en was er ook ruimte voor de middelste wanneer hij niet kon fietsen (om wat voor reden dan ook. En geloof me die heeft hij veel. Zo niet, dan verzint hij ze gewoon).
Op een gemiddelde schooldag is mijn fiets een soort uithangbord van ons leven: een kind achterop, een kind voorop, een oververhitte moeder en helemaal vooraan een krat met ontelbaar veel spullen (broodtrommels die nog half uit rugzakken steken, gymtassen en een-winterbak-vol-accessoires-omdat-het-vandaag-meeneemkring-is-en-de-opdracht-’iets-met-de-letter-W’). En dan, dan mis ik mijn bakfiets. Een manier om relaxt te fietsen. En niet, zoals bij de voetbalclub, om te kieperen vanwege ‘de te hoge ballast’. In dit geval letterlijk bal-last.
Een kleine speurtocht op internet bracht me bij een nieuw fenomeen: de longtail. Ziet er uit als een gewone fiets, maar dan iets langer. Waardoor je achterop plek hebt voor meerdere kinderen. En je boodschappen bijvoorbeeld. Na het ‘voetbalveldincident’ dacht ik: weet je wat. We proberen het gewoon! En dus staat er nu een in de garage. Zo’n longtail. Op het moment van schrijven heb ik hem nog niet uitgebreid getest, ben ik er nog niet mee naar school geweest en heb ik er nog geen kinderen, laat staan ballennetten mee vervoerd. Op het moment van publiceren, heb ik mijn longtail misschien al ‘long’ ingeruild voor mijn oude fiets. Of ‘tegen elk aannemelijk bod’ op Marktplaats gezet. Óf je ziet me vol trots door het dorp rijden. Compleet bepakt en bezakt. Want dat blijf ik blijkbaar toch wel doen, ongeacht de lengte van de ‘tail’.



