Verlanglijst
Weet je nog dat ik een paar weken geleden schreef over ‘code worstenbroodje’ (onze codenaam voor alles rondom Sinterklaas). Nou, het begint een beetje uit de hand te lopen. Het gaat hier thuis namelijk in de ochtend, de middag en zéker ook de avond over worstenbroodjes. “Mamaa, nog even over ‘worstenbroodje’”, “Pssst ik heb een goed idee voor… ‘worstenbroodje’. “Ik moet je heel even apart spreken mama. Over worstenbroodje…”.
Je snapt het. Het is niet bepaald subtiel. Sterker nog, het ligt er zó dik bovenop dat de middelste inmiddels overal zijn vraagtekens bij zet.
Ik dacht dat de voorbereidingen voor ‘de cadeaumaand’ dit jaar wat rustiger zouden verlopen, nu de oudste ‘het geheim van de Sint’ kent. Ik dacht een fijne hulppiet in huis te hebben. Iemand met wie ik gezellig verlanglijstjes door kan spitten, cadeautjes op Marktplaats op de kop kan tikken of even de stad mee in kan voor het kopen van gloednieuwe cadeaus.
Dat zit in werkelijkheid nét iets anders. Mijn hulppiet is enthousiaster dan OOIT. Hij heeft (samen met zijn broertje) een verlanglijst gemaakt waar je U tegen zegt. Er staat een Nintendo Switch op (“Die hebben jullie al!” “Ja, maar geen Switch 2 mam”). Er staat een step op (“Die hebben jullie al!” “Ja, maar niet in deze kleur mam”). Er staat een racebaan op (“Die hebben jullie..”), een knikkerbaan (“Die hebben…”) en Ninjago lego (“Hebben…”).
De jongste heeft een eigen lijst gefabriceerd, maar is tijdens haar cadeauselectie uit het grote speelgoedboek van Bol.com niet verder gekomen dan de baby- en peuterarea. Haar lijst is hierdoor een walhalla van Nijntjes, houten ijsjes en keukenspulletjes (“Heb je a…”) en babypiano’s. Er staat ook iets op de lijst wat ik niet kan thuisbrengen. Het blijkt afkomstig van een van de laatste pagina’s van het speelgoedboek. Na enig speurwerk blijkt het een parfumset (?) te zijn.
Leuk en aardig zo’n verlanglijst, maar ik richt me meestal op mijn eigen ideeën voor de kinderen. Dat komt over het algemeen neer op de volgende strategie: iets om te spelen, iets om aan te trekken en iets om van te leren. Een racebaan, een dikke winterpyjama en een doeboek bijvoorbeeld. Of speelgoedmagneten, een leuke trui en een smartgame. Het is een strategie die tot nu toe goed werkte.
Totdat de hulppiet zich ermee ging bemoeien. Praktisch elke avond plant hij een extra vergadering in, waarin hij de verlanglijst en de cadeaulijst door wil nemen. Hij bemoeit zich met aankopen (“Ik zou x doen in plaats van y. Véél beter.”), hij mengt zich in Marktplaats-onderhandelingen (“Nooit je emailadres of telefoonnummer geven mama.”) en komt te pas en te onpas met tips (“Dit is ook leuk. Oh en dit ook. Dit trouwens ook.”).
Inmiddels heb ik al een aardige selectie cadeautjes bij elkaar. Enkele daarvan zet ik expres niet op ons gezamenlijke cadeauoverzicht. Zo zitten er voor de hulppiet ook nog enkele leuke verrassingen tussen.
Het doet me denken aan mijn opa. Geboren in 1917, in tijden van schaarste, oorlog en armoede. Hij wist allang dat Sinterklaas niet bestond, tot hij van de goedheiligman een horloge kreeg. Hij geloofde spontaan weer.
Dat zou met de oudste dit jaar ook zo maar eens kunnen gebeuren.
En tot die tijd, hebben we het tot in den treure over worstenbroodjes.




Toch maar kerst volgend jaar…of liever saucijzenbroodjes..? 😉