Zware last
“De kunstwerkjes mogen mee naar huis beste ouders,” roept de juf door het klaslokaal als ik mijn middelste op maandagochtend naar zijn klas breng. “Nemen jullie ze maar mee, dat lijkt me veiliger,” voegt ze er veelzeggend aan toe. De ‘kunstwerkjes’ blijken gebakken tegels van 20 bij 20 cm. Ze zijn beschilderd met prachtige blauwe, groene en blauwgroene golven. Op de golven dobbert een bootje van klei. Het ziet er koddig uit. Het blijkt een vrije interpretatie van het prentenboek en de korte animatiefilm Zeezucht, waarin een man alles opzijzet om zijn droom na te jagen.
Ik til de tegel op en het ding blijkt behoorlijk zwaar. Echt zwaar. Zwaar als in: ik snap wel dat de juf vraagt of wíj het ding mee naar huis willen nemen. Dit overleeft de rugzak van de gemiddelde groepdrieër niet. Sterker nog: dit overleeft de moderne groepdrieër zélf niet. “Kapot zwaar, mam”.
En dus zijn de ouders de beste optie. Dat lijkt altijd zo te zijn. Lijkt, ja. Want hoe overleeft deze gebakken tegel een fietstocht? Ik kijk naar mijn fiets. Voorop? Bij de eerste de beste vluchtheuvel neemt de boot op het schilderij een snoekduik. Achterop? Zelfde verhaal. En dus fiets ik met een keiharde, zware, beschilderde tegel onder mijn arm richting huis. Ik hoop dat ik niet te veel moet remmen.
Eenmaal thuis dient zich het volgende ‘euvel’ aan. Want waar láát je zo’n ding? Hang je het aan de muur? Zet je het op een tafeltje of dressoir? Of gaat het in de leuk-voor-later-doos? Die doos, ik heb er voor elk kind één, barst al maanden uit zijn voegen. Want er belandt nogal eens iets in die doos. Van allereerste verftekeningen (“Wat móói! Drie strepen!”) tot ingewikkelde knutselwerkjes (“Dit is een boot-ruimteschip mam. Dat zie je toch wel?”). En van een (heel klein deel van een) fascinatie (31 tekeningen van Rainbow Friends) tot de eerste, zelfgeschreven briefjes: ‘Dit is een liw’ (leeuw).
Maar goed, die bak dus, die raakt overvol. En ik vraag me überhaupt af of mijn kind later op die bak zit te wachten. “Kijk schat, 3401 kunstwerken uit je basisschooltijd. Kijk maar wat je ermee doet. Je zou er de hele benedenverdieping mee kunnen behangen.”
Dat doe ik nu namelijk zelf ook.
Ruim een half jaar keek ik dagelijks naar het enorme kunstwerk van mijn middelste. Het was een camouflagewerk met daarop (als je goed keek natuurlijk - camouflage, duh) een flamingo. Want, zo was zijn verklaring, die was zich aan het verstoppen in de jungle (!). Soms, beste mensen, is het gewoon het beste om op elk vaag verhaal van je kind simpelweg ‘ja’ of ‘tuurlijk’ te antwoorden en geen verdiepende vragen te stellen. De camouflageflamingo hing hij pontificaal naast de tv, want dan kon hij “óf tv kijken óf naar zijn kunstwerk kijken”. Top.
Toen de stapel aan kindertekeningen, knutselwerken, ingevulde kindersudoku’s, toetsen en volgekladde werkbladen op onze huiskamertafel laatst te groot werd, heb ik de stapel vakkundig gehalveerd. “Mam, ik denk dat je een foutje gemaakt hebt,” begon de oudste aarzelend toen hij laatst de klep van de papierbak opende.
De gebakken, blauwgroene tegel van Zeezucht staat dus voorlopig keurig op de schouw te pronken. Tot het schip klaar is om koers richting de container te zetten.




Haha herkenbaar. Ik heb van alles foto's gemaakt en in een fotoboek gedaan. Zo blijft het bewaard en heb ik de 'echte' in de bak gekieperd. Alleen nog een doos met de 'mooiste-leukste-grappigste' heb ik erin gelaten. Scheelt zoveel ruimte. Moet nog beginnen aan groep 3 :') #wateenwerk
Hihi.. leuk! Ik maak foto’s van de creaties van onze 2-jarige en daarna verdwijnen ze in de papierbak. 😅 Sommige kunstwerken bewaar ik in een doos. Totdat de doos te vol zit, dan verdwijnen er weer wat om plaats te maken voor nieuwe exemplaren.