Leddiego
“Leddiego, leddiegooo,” zingt de jongste. Ze kijkt trots. “Ik ken het liedje van Elsa en Anna óók,” zegt ze. “Eindelijk!” Alsof ze hier jarenlang op heeft gewacht en nu ‘eindelijk’ weet waar het over gaat. Ze is ‘tenslotte’ (een woord dat ze ook vaak gebruikt, naast ‘eindelijk’ en ‘overigens’) al vier jaar oud. En ein-de-lijk weet ze wat ze zingen. Leddiego!
Wat dat dan betekent, daar is ze niet zeker van. Ze weet wel welke gebaren erbij horen. Armen wijd. Kin omhoog.
De Nederlandse vertaling van het nummer is vrij dramatisch. Zoals het hoort in musicals en films:
Ik ga op zoek naar wie ik ben
Verleg de grenzen die ik ken
Geen goed of fout geldt hier voor mij
'k Ben vrij
Alle ‘twee-tot-zes-jarigen’ in Nederland zingen het. Zonder te weten waarover het gaat. Het herinnert me telkens als ik het hoor weer aan het daadwerkelijke loslaten. De oudste is nu negen. Die vraagt steeds vaker om een letterlijke ‘leddiego’.
‘Of hij alleen naar het dorp mag’. Brood halen. Alleen naar de gym fietsen. Op bezoek bij een vriendje. Naar opa en oma. Het liefst alleen. Natuurlijk alleen. Want dat kan hij. En dat weet ik.
Terwijl de jongste ‘leddiego’ zingt, werpt mijn telefoon me elke dag weer terug in de tijd met een ‘dit-deed-jij-op-deze-dag-in-jaar-x’-fotoreeks:
2018: eerste stapjes!
2019: nog een baby!
2020: oh ja hier zat de middelste klem onder de bank.
2021: nóg een baby.
2022: samen in de zandbak.
Nu: mam, mag ik alleen naar het pleintje fietsen?
Alsof de tussenliggende weken, maanden, jaren in één oogwenk voorbij zijn.
En nu ze kunnen zitten, lopen en praten (Mijn hemel, praten. De jongste zegt ‘inmiddels’ ook ‘immers’), nu we de basis gelegd hebben, is het tijd voor het Anna & Elsa-gedeelte van de show: leddiego.
Ze gaan op schoolreisje (leddiegoo leddiegooo). Ze fietsen alleen terug na een speelafspraak met een vriendje (leddiegoo, leddiegooo). Ze gaan op kamp met de voetbalclub (leddiegoo, leddiegoooooo).
En zoals Elsa zo treffend zingt: i can’t hold it back anymore. Of ja, hold thém, want sinds de oudste zijn wegen naar meer vrijheid uittest, maken de middelste en de jongste gretig gebruik van de nieuw gebaande paden. Tenminste, wanneer het hun uitkomt. “Ga maar hoor mama. Ik blijf wel even alleen thuis,” aldus de vierjarige. “Ik ga niet mee. Dan kunnen jullie ook niet, want ik ben echt nog véél te klein om alleen thuis te laten,” aldus de zesjarige.
De vierjarige klimt daarna bij mij op schoot en zegt: “Zullen we nog héél even doen alsof ik een baby ben?”. Gevolgd door een dikke knuffel. En de boodschap: “Ik ga even naar de bakker. Alleen. Zorg jij dat er geld is daar?”
Meer lezen?
Ben je nog geen abonnee? Meld je hier gratis aan en ontvang mijn column elke woensdag in je inbox.







Och zó herkenbaar. Steeds meer los laten en ze laten beleven. Mijn moederhart soms maar alleen maar goed voor hem.